Natuurvriendelijk ontmantelen als uitzondering op de regel

Dinsdag 25 augustus 2026
In windparken op zee kan nieuwe natuur ontstaan. De overheid en ontwikkelaars stimuleren dat met natuurversterkende maatregelen. Maar als de parken aan het einde van hun levensduur zijn, moet alles verplicht verwijderd worden. Natuurorganisaties, ontwikkelaars en de overheid zoeken naar een oplossing. Journalist Sabine Sluijters schreef erover voor Energeia.
In de Noordzee staan honderden olie- en gasplatforms en een snel groeiend aantal windturbines en hoeveelheid elektriciteitsinfrastructuur. Hoewel deze structuren tijdens aanleg en gebruik negatieve effecten kunnen hebben op het mariene ecosysteem, laat steeds meer onderzoek zien dat zij na verloop van tijd óók aanzienlijke ecologische waarde kunnen ontwikkelen. Ze bieden leefruimte aan soorten en kunnen zo uitgroeien tot kunstmatige riffen met betekenis voor de onderwaternatuur.
Daar komt bij dat ontwikkelaars belangrijke natuurversterkende maatregelen nemen, al dan niet actief gestimuleerd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat door middel van kwalitatieve tendercriteria. Zo worden windparken op zee tegenwoordig vaak uitgerust met kunstmatige riffen en structuren waarop onder andere oesters of rifbouwende kokerwormen zich kunnen vestigen. In combinatie met het feit dat er tussen de windturbines niet gevist mag worden, zouden windparken op zee een katalysator kunnen worden voor natuurversterking in de Noordzee.

Het schip Bravenes van Van Oord stort stenen rondom de fundering van een windturbine van het windpark Ecowende. De stenen zijn bedoeld als bescherming tegen erosie, maar trekken allerlei soorten zeeleven aan.
Volledig verwijderen
Maar die windparken staan er niet voor eeuwig. De komende twintig tot vijfentwintig jaar zal een groot aantal offshore-installaties in de Nederlandse Noordzee het einde van de operationele levensduur bereiken. Voor olie- en gasinstallaties gaat het naar verwachting om circa honderdvijftig platforms. Daarnaast zullen ook de eerste windparken en bijbehorende netinfrastructuur moeten worden ontmanteld. Als eerste zijn de windparken Egmond aan Zee en Prinses Amalia aan de beurt, daarna Luchterduinen. Egmond aan Zee heeft een levensduurverlenging gekregen van vijf jaar. Of dit ook voor Prinses Amalia gaat gebeuren, is nog niet duidelijk. Eneco heeft ook verlenging van de vergunning aangevraagd, maar wacht nog op een definitief besluit. Gezamenlijk komt dat op zo'n honderdveertig windturbines en bijbehorende infrastructuur de komende tien jaar.
Voor olie- en gasplatformen staat in de Mijnbouwwet dat deze aan het einde van hun levensduur volledig moeten worden verwijderd (met uitzondering van pijpleidingen). Voor windparken op zee is dit vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de specifieke kavelbesluiten en vergunningen. Ook moeten ontwikkelaars een bankgarantie stellen voor de ontmanteling van het park.
Op dit moment bepaalt de regelgeving dat alles wat onder de vergunning valt, moet worden verwijderd, dus ook alle natuurversterkende maatregelen. Dat maakt ontmanteling niet alleen een technische en logistieke operatie, maar ook een aanzienlijke ecologische ingreep. Bij verwijdering verdwijnen immers structuren waarop en waaromheen zich in de loop van decennia complete levensgemeenschappen hebben ontwikkeld.

De steenbestorting rondom windturbines is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor schelpen en zeesterren.
Uitzondering
“Er wordt dus eerst actief ingezet op natuurversterking, maar dat moet er ook verplicht weer uit. Daar is momenteel geen uitzondering mogelijk. Dat is wel bijzonder”, zegt Pim Somers, die zich als projectleider energie bij Stichting De Noordzee bezighoudt met het onderwerp. Ook Klaas Keuning, operationeel directeur van Ecowende, zet daar vraagtekens bij. “We zetten van alles op en rond het windpark neer met het idee dat je daarmee de onderwaternatuur versterkt. Dan heb ik het over de ecovriendelijke erosiebescherming, een bio-afbreekbare rifstructuur van fruitbomen en een oesterlarvennetwerk. Het zou jammer zijn als je dit — indien het succesvol is — niet zou kunnen laten staan.”
Gedeeltelijke ontmanteling zou bij aantoonbare ecologische waarde een oplossing kunnen zijn. Daarbij zouden de windturbines op of onder de zeebodem afgezaagd kunnen worden om de erosiebescherming en de eventuele kunstmatige riffen zo min mogelijk te schaden. Een aparte werkgroep binnen OSPAR, het samenwerkingsverband dat toeziet op de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, verkent nu of het juridisch mogelijk gemaakt kan worden om af te wijken van volledige ontmanteling en daarmee natuurvriendelijkere opties — zoals gedeeltelijke ontmanteling — mogelijk te maken.
Wel moet voorkomen worden dat het als excuus gebruikt wordt om allerlei materialen achter te laten op de Noordzeebodem, waarschuwt Keuning. Het ontmantelen van een windpark is een dure aangelegenheid en het scheelt bedrijven een hoop geld als ze dat niet hoeven te doen. Ook is het belangrijk dat geregeld wordt wie er verantwoordelijk is voor wat achterblijft op de zeebodem. Het gaat over termijnen van vele decennia en windparken blijven niet eeuwig bestaan.
Overigens is het niet de bedoeling om voor alle windparken een uitzondering te maken. “Je moet niet overal spullen achter willen laten”, zegt Somers. “En ook vanuit het oogpunt van circulariteit en veiligheid kan volledige ontmanteling goed zijn.” Zo heeft windturbinefabrikant SIF de ambitie om door het bedrijf vervaardigde stalen funderingen terug te halen en het staal opnieuw te gebruiken voor nieuwe funderingen.
Ecologische waarde
Gedeeltelijk ontmantelen zou alleen een optie moeten zijn wanneer het echte ecologische meerwaarde heeft om structuren intact te houden. Dat moet dus onderbouwd worden en dat is niet zo gemakkelijk, legt Somers uit. Hoewel de eerste koloniserende organismen al binnen een paar maanden in een windpark zitten, kost het decennia voordat er iets gezegd kan worden over de waarde van de natuurontwikkeling binnen windparken op zee.

Inktviseieren aan een PAM-frame dat Ecowende op de zeebodem plaatst om onderwatergeluid, zoals dat van bruinvissen, te meten. Het frame heeft een jaar onder water gelegen en zit vol zeeleven.
Het langstlopende onderzoek naar ecologische gemeenschappen op offshore windturbines vindt plaats in België en loopt nu elf jaar. Dat is te kort voor definitieve conclusies over de ecologische waarde ervan. “Maar door onderzoek bij olie- en gasinstallaties weten we dat er echt ecologische waarde kan ontstaan”, zegt Somers. Als voorbeeld noemt hij koudwaterkoralen (Lophelia pertusa) die zijn opgenomen in de OSPAR-lijst voor bedreigde soorten, die te vinden zijn op olie- en gasinfrastructuur in onder andere Noorwegen en Schotland. “Maar mogelijk het meest bekende voorbeeld is het Rigs-to-Reefs programma in de Golf van Mexico, waar rond de zeshonderd platformen zijn omgevormd tot rijke artificiële riffen”, zegt Somers.
Discussie
Nu de eerste grootschalige, offshore ontmantelingsopgave voor de deur staat, is het dus van belang om de ecologische waarde beter in te kunnen schatten, vindt Somers. “Hiervoor moeten we zoveel mogelijk lessen trekken uit de eerste windparken en investeren in gedegen (standaard-)monitoring voor én na de ontmantelingsactiviteiten.” Niet alleen Stichting De Noordzee is van mening dat er verandering moet komen in de huidige regelgeving. “Het is moeilijk uit te leggen dat we eerst natuur creëren en die vervolgens weer moeten verwijderen omdat de regels dat voorschrijven. Als natuurvriendelijk ontmantelen beter is voor het ecosysteem in de Noordzee, dan moet de wet die mogelijkheid bieden”, zegt Jan Vos, voorzitter van NedZero, de brancheorganisatie voor de windsector. Ook ElementNL, EBN, TenneT en Natuur & Milieu pleiten hiervoor. De organisaties vormen samen de coalitie Natuurvriendelijk Ontmantelen. Ook windparkeigenaren zoals Ecowende zijn hierbij aangesloten.
Recent heeft de coalitie scenariogebaseerde infographics ontwikkeld over de ecologische effecten van offshore ontmanteling. “Deze zijn bedoeld als discussiestuk om het ontmantelingsvraagstuk verder te brengen en beweging te krijgen in (inter)nationale beleidsdiscussies, onder meer binnen OSPAR”, zegt Somers.
Uiteindelijk zal het neerkomen op maatwerk, denkt Keuning. Per windpark zal bepaald moeten worden of er meerwaarde is om de structuren te laten staan. Maar als die meerwaarde er is, dan is het doodzonde om die weer weg te halen. “De Noordzee was ooit een rijk ecosysteem. Dat is verdwenen, voor een groot deel door menselijk handelen. Nu kunnen we als windparkeigenaren bijdragen om dit terug te brengen. Het zou zonde zijn als we dat alleen tijdelijk doen en vervolgens weer weghalen.”
